Bijlage(n) toevoegenBijlage toevoegen
kies uit bibliotheek
verwerk gedropte files...

Ombudsman Metropool Amsterdam

Gezamenlijk huishouden, niet hetzelfde adres

Een moeder met een pasgeboren baby woont al jaren in hetzelfde huurappartement. De vrouw en haar dochter zijn afhankelijk van een bijstandsuitkering. Op een gegeven moment ontdekt ze tot haar schrik dat de sociale dienst haar gekort heeft op haar uitkering. Ze is lichtelijk in paniek, want met een pasgeboren baby kan ze elke cent gebruiken. Ze vermoedt dat de korting iets te maken heeft met haar nieuwe bovenbuurman.

Haar verhuurder heeft de bovenste etage een paar maanden daarvoor illegaal gesplitst. Omdat er geen vergunning is aangevraagd, heeft de gemeente ook geen nieuw adresbesluit genomen. De buurman heeft zich vervolgens ingeschreven op hetzelfde adres als de vrouw. Dat betekent dat de sociale dienst hen als een ‘gezamenlijk huishouden’ beschouwt en hun inkomens bij elkaar optelt. Niet alleen wordt haar uitkering gekort, de Belastingdienst dreigt al haar toeslagen stop te zetten. De verhuurder wil niet met de vrouw praten en verwijst naar een onbegrijpelijk huurcontract.

Navraag bij de sociale dienst leert dat de uitkering gelukkig inmiddels blijkt te zijn hersteld. Omdat de gemeente de vrouw per ongeluk geen besluit gestuurd had, werd ze volledig overvallen door de korting. Van de dienst hoor ik dat ze toch een verklaring van de verhuurder heeft weten te bemachtigen waarin staat dat de vrouw en haar buurman feitelijk niet op hetzelfde adres wonen. Na overleg met de Rijksbelastingdienst worden de terugvorderingen over de toeslagen van de vrouw ‘on hold’ gezet.

En dan het belangrijkste. Ik vraag de gemeente of zij kunnen bezien of er inderdaad sprake is van een aparte woning. In dat geval zou die woning ook een eigen adres moeten krijgen. Niet lang daarna constateert de gemeente tijdens een huisbezoek dat de vrouw en de man inderdaad in twee zelfstandige woningen verblijven. De registratie wordt aangepast met ingang van de datum van deze constatering. Dit zegt overigens nog niets over de rechtmatigheid van deze splitsing. De vrouw is blij en opgelucht over de afloop.

Als ombudsman vind ik het wel vreemd dat de gemeente niets heeft opgemerkt ten tijde van de inschrijving van de buurman. Hij dacht immers ook dat hij als enige ingeschreven zou staan op het adres. Daarnaast vind ik het kwalijk dat de sociale dienst de vrouw geen besluit gestuurd heeft. Dan had ze de situatie immers kunnen uitleggen en de korting kunnen voorkomen. Ik zie vaker dat afnemers van de basisregistratie niet altijd gevolg geven aan de wettelijke terugmeldplicht aan de bronhouder. De uitkering is hier hersteld, maar de bronhouder wist nog van niets. Als de gegevens niet in de bron gecorrigeerd worden, blijven de problemen zich opstapelen. Het is aan de bronhouder om dit soort signalen steeds weer terug te geven aan de niet-meldende afnemer.